Korte Historiek

Ontstaan van de Eenheid

In februari 1945 rijpte bij Frans Snacken (Kievit), toen leraar aardrijkskunde aan de Rijksnormaalschool te Gent, het idee om ook in Gent een zeescoutsgroep op te richten. De oorspronkelijke bedoeling was om met de toekomstige leerkrachten van zijn school, in een plezierige werksfeer, enige ervaring op te doen, in het werken met jongeren.

Heel wat collega´s, laatstejaarsstudenten en zelfs de toenmalige directeur waren zeer enthousiast over het initiatief. De toenmalige minister van onderwijs vroeg zelfs aan alle officiële scholen om de oprichting van scoutsgroepen met een pluralistisch karakter te steunen.

De naam "De Wilde Eend" werd hem ingegeven door een witte eend die toen in het vijvertje van de Normaalschool verbleef. Die heette "Franske", en dat werd dan de titel van het groepsblaadje.

Tijdens de eerste jaren mochten de kelders en de speelplaats van de Oefenschool gebruikt worden. De eerste sloep werd aangekocht in 1946 en lag aan de overzet van de jachtwerf Coppens (nu jachtwerf Minne).

Vooraleer te verhuizen naar onze huidige terreinen heeft onze eenheid vijf verschillende lokaties gekend. In volgorde zijn dat: een leegstaand huis aan de Vliegtuiglaan, enkele lokalen aan de Kantienberg, het kasteel ter Laak op de Ottergemsesteenweg (gesloopt voor de E17), een woning in de H. Dunantlaan (nu R.U.G. faculteit Pedagogische Wetenschappen) en de Eendekooi (nog steeds bestaande bouwvallige woning naast de atletiekpiste van de G.U.S.B.).

In juli 1969 waren we het steeds maar verhuizen en verblijven in bouwvallige woningen grondig beu en namen we de huidige terreinen in. Eén jaar later was ons eerste lokaal reeds voltooid, het wordt nu gebruikt voor de berging en onderhoud van onze boten. De Potvis, een voor sloping bestemd en gedeeltelijk uitgebrand binnenschip - een spits - werd aangekocht in december 1979, en doet sindsdien dienst als drijvend lokaal voor de seniors, maar ook als vrachtschip bij kampen en grote nautische activiteiten.

Onze lokalen, zoals ze er nu staan, werden in vier fasen gebouwd. Het nieuwste gedeelte werd officieel in gebruik genomen tijdens opening vaarseizoen 1991. Bij Sluiten Vaarseizoen in 1998 werd het geheel van terreinen en gebouwen door de stichter zelf officieel ingehuldigd als "Nautische Basis Frans Snacken" !

Tot slot nog dit. Oorspronkelijk droeg men bij de welpen (BSB) een groene trui met alpenmuts. De jongverkenners droegen een kaki-hemd met de fameuze canada-hoed. De zeescouts (juniors en seniors) droegen een blauw hemd met blauw-witte boord en een matrozenmuts.

Het was de Wilde Eend die de andere groepen ervan kon overtuigen het blauwe uniform te verplichten bij alle takken. In het begin van de jaren ´50 waren we eveneens bij de Wilde Eend de eersten om te starten met gemengde groepen. Het is slechts in 1966 (16 jaar later!) dat het principe van de gemengde groepen officieel werd aanvaard.


Basis F. Snacken Drongen

Hoezeer Comité en Leiding ook begaan waren met de inrichting van de lokalen in de H.Dunantlaan, het tijdelijk karakter was bekend en eens te meer werd gespeurd naar een terrein, bij voorkeur aan een Leie-oever. Op aanwijzing van Eug. De Meyer, voormalig Comité -voorzitter, viel onze blik op een te Drongen gelegen meersgrond, waar de oorspronkelijke Leie door de "recent" gegraven Ringvaart wordt onderbroken. Het terrein was Staatseigendom, had geen specifieke bestemming en kon door het Comité, namens de Wilde Eend, contractueel vanaf 1 juli 1969 gehuurd worden.


Voor het eerst in de 25-jarige geschiedenis van de Wilde Eend werd een terrein in gebruik genomen dat geen vastgelegde bestemming had. De kans op een langere gebruikstermijn was dus heel groot. Het was een opgehoogde meersgrond van 0,5 ha. en zeer goed gelegen: omgeven door water (Ringvaart, nieuwe Leiearm, oude afgedamde Leie-arm) met mogelijkheid tot het meren van de boten.


Omdat het gebouw op de Dunantlaan toch niet kon behouden worden, oordeelde het Comité het noodzakelijk het terrein van de nodige infrastructuur te voorzien : een loods voor de boten, steigers om de boten te meren, een slibway, een lokaal voor de eendjes en sanitaire voorziening. Er werd ook besloten het terrein met een rij Italiaanse populieren te omzomen en een gedeelte van de meersvlakte met hoogstammige bomen te beplanten. Het oostelijk gedeelte zou open grasveld blijven en, bij het ingangshekken zou een parkeerruimte voor een tiental wagens worden aangelegd. Op 26 oktober 1970 verleende het Drongense Gemeentebestuur, na akkoord van de Dienst Stedenbouw, een vergunning aan het ondertussen opgerichte ´Nautisch Jeugdcentrum v.z.w.´ tot het bouwen van een loods, overeenkomstig het ingediende plan. Het werd voor het Comité in samenwerking met de Leiding een periode intense activiteit : graven van funderinggreppels, afspraken en contracten met de aannemer, uitgebreide financiële campagnes, overbrengen van de sloepen naar het terrein. Om die laatste gebeurtenis, is door de Comitéleden nadien nog lang gelachen. Toen de sloepen met een vrachtwagen naar het terrein werden gebracht, afgeladen en op de zompige meersgrond neergezet, moest de eerste sloep met man en macht op stutbalken gezet worden. Alle comitéleden en leiders hadden zich rond de ´Piraat´ geschaard. Toen iedereen de boot begon op te heffen, verroerde die geen vin en zag men alle hoofden de neerwaartse beweging van het lichaam volgen. De benen zakten in de modder die langs boven in de rubberlaarzen liep. Het potsierlijke spektakel en de daarop volgende algemene lachbui maakte een rustpoos onontbeerlijk.


Een week later konden de sloepen, met behulp van balken en ijzeren platen dan toch op de voorziene plaats gestut worden. Het eerste gebouw was een loods, 9x12 m ., opgetrokken uit sierbeton met een brede toegangspoort naar de zuidkant, en gemakkelijk toegankelijk voor de sloepen. Daarmee was niet alleen de winterberging verzekerd, maar werd ook onderdak verschaft aan de "eendjes". Toch viel die loods, vooral gedurende de wintermaanden, nogal krap uit.

Nadat enkele feestelijke activiteiten de lege spaarpot hadden aangevuld kon in 1974 een tweede gebouw, van gelijkaardige afmetingen, worden opgetrokken. Het was bestemd voor de binnenactiviteiten van welpen en aspiranten, soms ook voor de juniors. Gelijktijdig werden er sanitaire voorzieningen aan toegevoegd. Voor elektriciteit en waterleiding heeft het comité samen met mensen uit de leiding, de meer dan 100 m lange greppels gegraven.
Aangezien het ledenaantal in De Wilde Eend bestendig toenam, bleek de nieuwgebouwde ruimte spoedig te klein.


Onder impuls van het NJC en van het comité, werd een nieuwe financiële campagne gevoerd. Dank zij het succesvol verloop ervan kon het derde gebouw in 1991 worden opgetrokken. De bebouwde oppervlakte werd aldus verdubbeld, ditmaal met voldoende ruimte voor de drie goedbezette afdelingen:

Sponsors bij de nieuwbouw

  •   VVW gent